Blog

Wat is GEO (Generative Engine Optimization)?

Je hebt het vast al gemerkt: de manier waarop mensen online informatie zoeken, verandert. Waar we vroeger met een kopje koffie achter de laptop “wat zijn de voordelen van een elektrische fiets” in Google tikten, roepen we nu gewoon tegen ChatGPT: “Kun je een lijstje maken met de beste elektrische fietsen voor woon-werkverkeer?”

En ja hoor. Daar komt een keurig rijtje uitrollen. Soms zelfs met een mini-recensie erbij. Lief, hè?

Maar eh… waar haalt die AI die informatie eigenlijk vandaan? En belangrijker: hoe zorg je ervoor dat jouw content straks in dat antwoord belandt?

Nou, daar komt iets bij kijken wat we Generative Engine Optimization noemen. GEO, voor vrienden.

Wat is GEO?

GEO staat voor Generative Engine Optimization. Klinkt futuristisch (is het ook een beetje). In gewone-mensentaal betekent het: je content zo schrijven en structureren dat AI-modellen zoals ChatGPT ‘m goed kunnen vinden, begrijpen én gebruiken.

Waar SEO draait om vindbaar zijn in traditionele zoekmachines, draait GEO om zichtbaar zijn in de antwoorden die gegenereerd worden door AI.

Oftewel: het verschil tussen op pagina 1 staan in Google en letterlijk zíjn waar het antwoord vandaan komt.

Maar ik doe toch al aan SEO?

Dat is top. Hou vooral vol. Maar er zijn wel wat verschillen tussen SEO en GEO. En het helpt om die even scherp te hebben:

SEOGEO
Richt zich op zoekmachines (zoals Google)Richt zich op AI-modellen (zoals ChatGPT, Gemini, etc.)
Optimaliseert om hoog te scoren in zoekresultatenOptimaliseert om opgenomen te worden in gegenereerde antwoorden
Denk aan keywords, meta titles, backlinksDenk aan helder taalgebruik, semantische structuur, duidelijke context

Waarom zou ik dit nu al doen?

Omdat AI niet meer iets van ‘de toekomst’ is. Het is al hier. Grote kans dat (potentiële) klanten al via ChatGPT, Copilot of Perplexity proberen te vinden wat jij aanbiedt.

Als je content op dat moment niet in die modellen zit, dan besta je — voor hen — gewoon niet. Au.

GEO helpt je dus om je content future-proof te maken. Of eigenlijk: now-proof. Want we zijn al onderweg.

Wat kun je doen om je content GEO-proof te maken?

Gelukkig hoef je geen promptwizard of AI-ingenieur te zijn om hier iets mee te doen. Hieronder een paar concrete stappen die je vandaag al kunt zetten:

1. Schrijf helder en menselijk

AI houdt van duidelijke taal. Geen omwegen, geen passieve zinnen, geen ‘u als ondernemer zijnde’. Gewoon rechttoe rechtaan.

2. Structuur is key

Gebruik tussenkopjes, opsommingen en paragrafen. Dat helpt niet alleen de lezer, maar ook het model om de context goed te begrijpen.

3. Beantwoord echte vragen

Schrijf content die inspeelt op vragen die je klanten daadwerkelijk stellen. Bonuspunten als je die letterlijk in je tekst zet (FAQ’s zijn je beste vriend).

4. Denk in thema’s, niet alleen in keywords

AI werkt op basis van concepten, niet alleen losse woorden. Dus: schrijf niet alleen “belastingadviseur Utrecht”, maar leg ook uit wat een belastingadviseur doet, voor wie, en waarom dat relevant is.

5. Wees een betrouwbare bron

Verwijs naar degelijke bronnen, geef context, en deel inzichten die alleen jij kunt geven. AI’s houden van autoriteit.

6. Update regelmatig

AI-modellen worden getraind op informatie uit het verleden. Door je content actueel te houden, vergroot je de kans dat het meegenomen wordt in nieuwe trainingsrondes of realtime plugins.

Oké… en hoe is dat dan precies anders dan bij SEO?

Goede vraag. Want veel van wat je bij SEO doet, blijft óók waardevol voor GEO. Denk aan duidelijke structuur, goede titels, schrijven voor je lezer (en niet voor de zoekmachine), dat soort dingen. 

Maar er zijn ook een paar belangrijke verschuivingen die je wilt begrijpen — vooral als je mee wilt bewegen met hoe mensen vandaag de dag informatie consumeren.

Hieronder een overzicht:

Wat SEO en GEO gemeen hebben:

  • Helder schrijven is altijd goed. Zowel mensen als AI houden van duidelijke zinnen, zonder omwegen.
  • Structuur = key. Tussenkoppen, bullet points, logische paragrafen — daar wordt iedereen blij van.
  • Relevante onderwerpen: Zowel SEO als GEO gaan over het beantwoorden van vragen die je doelgroep daadwerkelijk stelt.
  • Context telt: Hoe beter je uitlegt wat je bedoelt, hoe makkelijker het wordt voor zowel Google als een LLM om jouw content te begrijpen én te gebruiken.
  • Autoriteit: In beide gevallen geldt: als je laat zien dat je weet waar je het over hebt, kom je verder.

Wat je bij GEO anders doet dan bij SEO:

SEO-gericht denkenGEO-gericht denken
Focus op keywords en zoekvolumesFocus op zoekintenties en onderwerpen
Optimaliseren voor een SERP (lijst met links)Optimaliseren voor directe antwoorden binnen AI
Gebruik van meta-tags en technische SEOGebruik van semantisch rijke en gestructureerde taal
Lange content vaak = beterDuidelijkheid boven lengte: liever bondig en relevant
Backlinks zijn belangrijk voor je rankingRelevantie en betrouwbaarheid bepalen of AI je content gebruikt
Je schrijft om gevonden te wordenJe schrijft om geciteerd te worden (door AI, maar ook door mensen)

Met andere woorden: bij SEO schrijf je vaak een beetje om de zoekmachine heen, terwijl je bij GEO veel meer recht op je doel afgaat. Je schrijft alsof je weet dat een AI (of een drukke ondernemer met weinig geduld) binnen drie seconden wil snappen wat jij bedoelt.

En dan nog dit:

Het fijne nieuws? Als je nu al goede SEO-content maakt — met de lezer voorop, zonder trucjes of keywordspam — dan ben je al dichter bij GEO dan je denkt. Misschien hoef je alleen nog net iets concreter te zijn. Iets minder ‘algemeen verhaal’, iets meer: “dit is de vraag, en hier is het heldere antwoord.”

Dus nee, je hoeft je SEO-boek zeker niet dicht te slaan. Maar je mag er gerust een hoofdstuk bij schrijven.

Tot slot

Zie GEO niet als nóg een to-do op je marketinglijstje. Zie het als een logische volgende stap in hoe we met content omgaan.

Want uiteindelijk gaat het nog steeds om hetzelfde: waardevolle informatie delen met de mensen die jij het liefst helpt. Alleen doen we dat nu in een landschap dat steeds slimmer, sneller — en ja, ook een beetje digitaler — wordt.

En eerlijk? Dat is eigenlijk best leuk.

Veelgestelde vragen over GEO

Moet ik nu alles wat ik ooit heb geschreven herschrijven?

Nee joh. Begin gewoon bij je best presterende pagina’s. Of de content waarvan je wéét dat je doelgroep er iets aan heeft. Kleine aanpassingen kunnen al veel verschil maken.

Is GEO alleen voor techbedrijven of grote merken?

Zeker niet. Sterker nog: juist als kleiner merk kun je sneller schakelen en dus makkelijker vooroplopen. Bonus: je content voelt vaak menselijker — en dat vinden AI’s (en mensen) fijn.

Wat als ik al SEO-teksten heb, zijn die dan nutteloos?

Absoluut niet. Goede SEO-teksten zijn een prima basis. Je hoeft ze meestal alleen wat aan te scherpen: helderder maken, iets minder keyword-gedreven, iets meer vraaggericht.

Hoe weet ik of mijn content al door AI wordt opgepikt?

Er is (nog) geen knop die zegt: “Gefeliciteerd, je content is net gebruikt door ChatGPT.” Maar er zijn wél manieren om het in de gaten te houden.

Je kunt in Google Analytics (GA4) een speciaal dashboard instellen om te kijken of je verkeer via AI-platforms ontvangt, zoals ChatGPT, Bing Chat of Perplexity.ai. Dit doe je door je referral traffic te analyseren en te letten op bronnen zoals chat.openai.com of bard.google.com. Er zijn ook kant-en-klare dashboards in Looker Studio die dit visueel inzichtelijk maken.

Daarnaast kun je tools zoals Perplexity.ai, Writesonic AI Traffic Analytics, of SEO-tools met AI-integratie gebruiken om te zien of je content geciteerd wordt in gegenereerde antwoorden.

Kortom: het is niet perfect meetbaar, maar als je opeens verkeer krijgt vanuit plekken waar je niet actief bent — grote kans dat AI je content heeft opgepikt. En ja, daar mag je best een beetje trots op zijn.

3 tools waarmee je eenvoudig SEO blogonderwerpen genereert

Het bedenken van boeiende en relevante onderwerpen voor je blog is de eerste stap als je jouw potentiële klant op de automatische piloot naar je website wilt trekken. Goede blog posts helpen je namelijk niet alleen bezoekers aan te trekken en vast te houden, maar helpen je ook naar voren te komen in zoekmachines als Google. Mits je artikelen schrijft waar mensen op zoeken, zodat zoekmachines jouw artikelen naar voren laten komen wanneer iemand een dergelijke zoekterm gebruikt.

Hoe je daar achter komt? Daar hebben we gelukkig hulpmiddelen voor. In deze blogpost laat ik je 3 verschillende tools zien die ik gebruik om op goede SEO-blogonderwerpen te komen: SEMrush, Google Autocomplete en ChatGPT.

1. Gebruik SEMrush om populaire zoekwoorden te identificeren

SEMrush is een zoekwoordonderzoektool die je laat zien wat de meest populaire zoekwoorden in je niche zijn. Deze informatie kun je gebruiken als input voor blogposts, zodat ze zowel relevant als boeiend zijn voor je doelgroep.

Om SEMrush te gebruiken, type je simpelweg een zoekwoord – dat relevant is in jouw niche – in de zoekbalk. Vervolgens zie je een lijst met gerelateerde zoekwoorden en woordgroepen met hun zoekvolume, concurrentie en kosten per klik (CPC). Deze informatie helpt je bepalen welke zoekwoorden het waard zijn om in je blogposts op te focussen.

Stel dat ik een bedrijf heb dat online kooklessen geeft. Ik voer “koken” in de SEMrush-zoekbalk in en zie dat “hoe lang moet je een kalkoen koken” een hoog zoekvolume en weinig concurrentie heeft. Dit zou een goed onderwerp kunnen zijn voor een blogpost, omdat het zowel populair is als weinig concurrentie heeft. Hierdoor bestaat er een grotere kans om goed te scoren in de zoekresultaten op dit zoekwoord.

2. Check Google Autocomplete voor inspiratie

Google Autocomplete is een functie die suggesties geeft voor zoektermen terwijl je aan het ‘googlen’ bent. Deze suggesties zijn gebaseerd op populaire zoektermen, waardoor ze een handige inspiratiebron zijn voor blogpostonderwerpen.

Om Google Autocomplete te gebruiken, typ je gewoon een woord dat betrekking heeft op jouw bedrijf, jouw niche, in de Google-zoekbalk. Terwijl je typt, ziet je een lijst met suggesties verschijnen onder de zoekbalk. Sommige van deze suggesties zijn ideale onderwerpen voor je volgende blogpost.

Laten we nu bijvoorbeeld doen alsof ik een chiropractorpraktijk heb. Ik type daarom “chiropractor” in de Google-zoekbalk en zie dan suggesties als ‘wat doet een chiropractor’ en ‘waarom worden chiropractors gehaat’. Deze suggesties kan ik vervolgens weer gebruiken als basis voor de onderwerpen van mijn blogposts. (En ja, die laatste klinkt wreed, maar ik zou over dit onderwerp juist een blogpost kunnen schrijven om de zorgen weg te nemen).

Bonus: als je naar beneden scrolt, zie je vaak de sectie “People also ask”. Hier vind je een aantal extra vragen die, tja… mensen ook stellen. Deze vragen zijn vaak ook super waardevol om wat extra inspiratie op te doen.

3. Laat ChatGPT onderwerpen genereren

ChatGPT is een door OpenAI ontwikkeld model dat tekst kan genereren op basis van een vraag of verzoek. Dit maakt het een handige tool voor het genereren van onderwerpen voor blogposts. Het enige dat je hoeft te doen is een vraag stellen, en het model geeft je een lijst met suggesties.

Om je een voorbeeld te geven: laten we nu doen alsof ik een kledingmerk voor lange vrouwen heb. (Oh wacht, dat heb ik!). Ik meld me aan voor ChatGTP en vraag het om “6 blogpost-onderwerpen te bedenken over kledingstyling voor lange vrouwen”. ChatGPT genereert vervolgens een lijst met suggesties zoals “De perfecte pantalon voor lange vrouwen: een gids voor de juiste maat en snit” en “Lange jassen voor lange vrouwen: de beste modellen en merken”. Het is (nog) niet perfect, maar ook zeker niet slecht, toch?

Kortom, het bedenken van goede onderwerpen voor je blogposts is een cruciaal als je op de automatische piloot bezoekers naar je website wilt halen via zoekmachines. Door slimme tools als SEMrush, Google Autocomplete en ChatGPT te gebruiken, verzamel je een lijst met relevante én boeiende onderwerpen verzamelen die je SEO een behoorlijke boost kunnen geven. Vergeet daarbij niet om in eerste instantie voor jouw ideale klant te schrijven. Daarna kun je je artikelen door optimaliseren voor zoekmachines, maar zorg er altijd voor dat het prettig leesbaar blijft voor je bezoeker.

Eén van de leukste dingen aan reizen is weer thuiskomen

Het is mijn laatste avond op Bali. Ik zit in m’n eentje op een terras aan het strand te nippen aan een glas wijn en heb mijn voeten op een krukje geplant. 

“If I’d made a photo of that I would be in trouble!”, zegt een man met een Duits accent naast mij, ondertussen wijzend op mijn blote benen. “Well then I wouldn’t do that if I were you”, zeg ik – ondertussen poeslief glimlachend. 

Dan vervolgt het standaard reiziger-ontmoet-reiziger riedeltje: where are you from how long have you been here when are you going back?

“My plane is leaving tomorrow”, zeg ik. 

“Oh no, I am so sorry for you”. 

“Oh don’t be, I’m actually quite looking forward to going home.”

Hij kijkt me met gefronste wenkbrauwen aan. “Which places did you travel to?” Blijkbaar is hij tot de conclusie gekomen dat als ik naar huis wil, ik hier nog niet genoeg mooie plekken heb gezien.

Ik vertel hem mijn route van de afgelopen weken. Ik heb niet het idee dat het binnenkomt. Ondertussen begint hij zijn betoog: “You should have gone to the Komodo National Park and the dark cave and the car temple. So if you’re leaving tomorrow, you’ll have to come back to Indonesia another time.”

“Well, I don’t know if I want to come back here. I liked it a lot here, but I’ve been to Bali twice and I actually like traveling through Europe a lot too.”

Zijn ‘ik heb met je te doen blik’ is inmiddels veranderd in een ‘is ze wel helemaal lekker blik’. “You shouldn’t travel to Europe now. You can go there when you’re old. Europe is already a done deal. Here, in Indonesia, there are still so many beautiful undiscovered places. Last week, I took my son and his girlfriend on a boat trip to…”

Ondertussen dwalen mijn gedachten af. Naar dingen van thuis, van Nederland, van Europa, die ik hier op Bali toch wel een beetje miste. Naar de seizoenen die we hebben, die ervoor zorgen dat om de paar maanden het landschap en de temperatuur compleet veranderen. De frisse lucht. De mooie schone steden die we hebben, met hun prachtige oude gebouwen. Mijn appartementje, mijn fijne bed, de verwarming waar ik tegenaan ga zitten als ik buiten half bevroren ben. De (af)wasmachine waar ik van alles ingooi om het er na een paar uur weer schoon en droog uit te halen. De supermarkt om de hoek waar ik elke dag vers brood van de bakker kan halen. Met familie en vrienden kerst en oud en nieuw vieren. 

Ja, ik heb echt wel zin om weer naar huis te gaan. 

Ik sta op en kijk mijn buurman vriendelijk aan. “Thank you very much for your advice, I will think about it. Have a nice day!”, zeg ik, en ik loop terug naar mijn hotel. Lekker mijn koffer inpakken. Soms helpt op reis gaan je beseffen hoe fijn het thuis is.

Om rood te worden heb je wel een beetje lef nodig

Hoe ik van mijn bloosangst afkwam (en nog steeds wel eens een rood hoofd krijg).

De eerste keer dat ik rood werd (dat ik me kan herinneren) was op de middelbare school. Ik weet niet precies waarom, maar ik weet wel dat mijn klasgenootje naast mij in een behoorlijk volle, maar vrij stille klas zei: “Haha, jij wordt altijd zo rood. Schattig”.

Super. 

Ik vond het namelijk helemaal niet zo schattig. Mijn plan was om als een zelfverzekerde puber over te komen, met een houding van ‘het-interesseert-me-helemaal-niks-wat-mensen-van-mij-vinden’. En ik had het gevoel dat mijn rode hoofd me in één klap verraadde. 

Ondanks dat had ik er op de middelbare school en tijdens mijn studie verder niet bijzonder veel last van. Dat begon pas toen ik mijn eerste echte baan kreeg. Eén van de triggers was dat ik destijds een leidinggevende had die rode wangen ook wel ‘schattig’ leek te vinden. Sterker nog, hij leek het grappig te vinden om mij zo vaak mogelijk te laten blozen. En dat ging best goed, moet ik zeggen. 

Met als resultaat: hoe vaker ik rood werd, hoe banger ik werd om rood te worden. Ik deed dan ook van alles om het te voorkomen: ik hield mezelf wat meer op de achtergrond, deed dikkere make-up op, droeg mijn haar los en droeg colletjes zodat ik m’n gezicht er zo ver mogelijk in kon begraven, mocht dat nodig zijn.

Het rare was: ik kon over het algemeen prima presentaties geven – of andere dingen waarvoor ik in het middelpunt van de belangstelling stond – zonder rood te worden. Dat vond ik soms wel wat spannend, maar ik ging er niet per se van blozen. Ik was destijds vooral bang om rood te worden in volslagen normale situaties waar een ‘normaal’ persoon in mijn ogen nooit rood om zou worden. Gaf mij een “Hee, hoe was je weekend?” en mijn gedachten konden als volgt tekeergaan: als ik zelfs nu rood word dat zou wel helemaal achterlijk zijn. Ja hoor, ik voel het al, top. Jezus, ze zullen wel denken: waar is die geweest, in een parenclub? Het hele weekend de slaapkamer niet uitgeweest? Doe EVEN normaal, hoofd.

Conclusie: ik was in een soort negatieve draaikolk beland waar ik nog maar moeilijk uit kon komen. Hoe meer ik m’n best deed om níet te blozen, hoe sneller en vaker ik rood werd. Wanhopig zocht ik het hele internet af naar oplossingen om van mijn inmiddels toch wel serieuze fobie voor blozen af te komen. Ik bekeek anti-bloos trainingen, las boeken over blozen en overwoog zelfs heel even een operatie waarbij (een deel van) je rode bloedvaten worden afgesloten. Dat laatste leek me de ideale oplossing om snel van mijn problemen af te komen. 

Gelukkig durfde ik toch niet echt. Want langzaam kwam ik erachter wat mijn echte probleem was. En dat was niet het blozen zelf. Het probleem was dat ik me blijkbaar heel druk maakte over hoe ik overkom als ik bloos. Ik was zó bang dat als ik zou blozen, andere mensen me daarom zouden veroordelen en me zouden zien als een onzeker, breekbaar poppetje. Daar kan ik andere mensen de schuld van geven, maar die angst zat in míjn hoofd. En het was ergens vandaan gekomen, dus het kon vast ook weer weg.

Ik besefte me laatst dat ik inmiddels wel van mijn bloosangst af ben, ook al word ik nog steeds wel eens rood. Vandaar dat ik je een paar tips geef waarvan ik denk dat ze mij hebben geholpen om er stapje voor stapje van af te komen.

  1. Haal jezelf (tijdelijk) uit de trigger situatie

Ik wist dus wel wat mijn probleem was: ik moest me er gewoon niet zo druk om maken. Maar ja, hoe dan? ‘Maak je er niet zo druk om’ is namelijk echt een waardeloze tip als je ergens midden in zit. Vandaar dat het voor mij hielp om mezelf uit mijn bloos-trigger situatie te halen. 

Die belangrijkste trigger was destijds voor mij mijn leidinggevende. Ik was doodsbenauwd dat ik wéér rood zou worden door één of andere opmerking van hem. (Ik schrijf dit overigens niet om hem de schuld te geven – waarschijnlijk had hij niet eens door dat ik er zo mee zat. Ik wil alleen even aangeven hoe groot ik het in mijn hoofd had gemaakt). Nu zat ik destijds in een traineeship en dat betekende dat ik om de zoveel tijd op een andere afdeling zat en een andere leidinggevende had. Geluk bij een ‘ongeluk’, dus, want daardoor werd ik minder vaak rood, dacht ik er minder vaak over na en zat ik niet constant in een gestresste ‘fight or flight & flush’ modus. 

Je zou kunnen zeggen: ‘had je hem niet gewoon even kunnen confronteren met zijn gedrag?’ Maar het ging niet om dat wat híj deed, het ging om mijn gedachten. Ik zat destijds midden in mijn ‘bloosangstpiek’. Als je dan in een situatie blijft zitten waar je angst vaak terugkeert, dan is het bijzonder lastig om even afstand te nemen en helder na te denken. Bovendien: je kunt je waarschijnlijk voorstellen dat het voor iemand met bloosangst wel zo’n 60 bruggen te ver is om iemand anders aan te spreken op gedrag omdat ze daar rood van wordt.

Ik zeg niet dat je meteen je werk moet opzeggen als dat je trigger-situatie is, maar je kunt wel kijken of er andere oplossingen zijn om even wat afstand te nemen. Even vakantie nemen, tijdelijk op een andere afdeling gaan werken of vragen of je even thuis mag werken, bijvoorbeeld.

  1. Realiseer je je dat je huid sowieso wat sneller rood wordt

Daarnaast hielp het me heel erg om me te realiseren dat ik sowieso veel sneller rood word. Na een paar slokken rode wijn krijg ik al van die gezellige Hollandsche appelwangetjes en laat ik het zo zeggen: ik was niet van plan ooit een #fitgirl foto van mezelf te plaatsen na een heftige sportsessie. 

Dat betekent dus ook dat als ik me een keer onzeker voel, iets spannend vind of ik me schaam, ik ook sneller rood word dan gemiddeld. Sommige mensen krijgen dan klotsende oksels, de ander trillende handen en de ander gaat blozen. Dat betekent niet dat ik veel onzekerder ben dan iemand anders, mijn lichaam uit het gewoon op een andere manier.

  1. Doe niet alsof je heel zelfverzekerd bent als je je onzeker voelt 

Ik heb een tijdje bij de bank gewerkt en daar kon ik nog wel eens een rol spelen omdat ik dacht dat dat ‘hoorde’: die van assertieve, zelfverzekerde, bijna masculine bankier. Probleem was alleen: ik voelde me als net afgestuurde vrouw (in de bouw- en vastgoedsector) best vaak onzeker in die functie. En dus deed ik alsóf ik zelfverzekerd was. En dat is nogal stressvol en doodvermoeiend. Bovendien werd ik daardoor alleen maar banger om rood te worden, omdat ik stiekem bang was dat mensen zouden zien dat ik me eigenlijk helemaal niet zelfverzekerd voelde.

Probeer daarom gewoon jezelf te zijn en zeg het eerlijk als je ergens mee zit en iets een beetje spannend vindt. Je hoeft niet perfect te zijn, je bent ook maar een mens. Dat lucht ontzettend op, want je hoeft je niet anders voor te doen dan je bent. Bovendien heb je geen last meer van het ‘doordemandvalsyndroom’: je hebt geen mand meer nodig, want je bent gewoon jezelf. 

  1. Let op je woorden (en gedachten)

Ik kon echt een ontzettende dramaqueen zijn als ik een rood hoofd kreeg. Dan vertelde ik tegen een vriendin dat ik echt ZÓ’N GÊNANTE SITUATIE had meegemaakt en dat mijn hoofd echt KNALROOD was geworden en dat ik ondertussen heel hard een graf voor mezelf aan het graven was want ik SCHAAMDE ME DOOD.

Dat is ten eerste echt compleet overdreven en niet erg aardig naar jezelf toe. Ten tweede, hoe vaker je dit denkt en hardop zegt, hoe meer je die angst bevestigt. Hou dus op met jezelf naar beneden halen als je eens een keer rood hoofd krijgt. Je hoeft niet te doen alsof het je allemaal niks kan schelen, maar je hoeft ook niet te overdrijven. Zeg of denk bijvoorbeeld iets in de trant van: ‘oké, ik merk dat ik het nog steeds een beetje stom van mezelf vind dat ik bloos. Blijkbaar maak ik me een beetje te druk om wat andere mensen daarvan vinden. Kan gebeuren, is geen ramp.’

  1. Associeer blozen met iets positiefs

Als je blozen niet meer als iets negatiefs ziet, kun je proberen om het om te buigen als iets positiefs. Jazeker, ik heb het over omdenken! Denk bijvoorbeeld eens aan sommige kinderen die zo opgaan in iets wat ze supergaaf / leuk / spannend / fantastisch vinden en dan ook van die rode blosjes krijgen. Dat is toch supertof? 

Eerlijk is eerlijk, ik vind dit zelf soms ook nog wel eens een lastige, vooral als ik midden in een bloossituatie zit. Maar achteraf probeer ik te bedenken dat ik nu vaak een rood hoofd krijg als ik iets doe wat ik spannend vind. En dat ik liever af en toe een rood hoofd krijg van spanning en opwinding dan dat ik een saai leven leid waarin nooit iets gebeurt.

Want eigenlijk had mijn klasgenootje natuurlijk gewoon gelijk: ze zijn best schattig, die rode appelwangetjes. 

Soms zeggen daden meer dan woorden

“Waarom bent u hier eigenlijk kapitein geworden?”

“Ach ja, het geeft je wat te doen hè. Ik was vrachtwagenchauffeur, ging met pensioen en toen kwam dit op m’n pad. Inmiddels zit ik er alweer twee jaar.”

Samen met mijn collega tekstschrijver zit ik in de kantine van mijn klant – een botenverhuurbedrijf in Friesland – tegenover meneer de Vries; oftewel de Kapitein. Hij geeft er schipperstrainingen, speciaal voor mensen die een boot hebben gehuurd en voor de tijd wat meer ervaring op willen doen. 

We stellen hem vragen over zijn vak. Want welke mensen boeken nou zo’n vaartraining en wat vindt hij eigenlijk zo leuk aan het geven ervan?

“De meeste mensen die ik een schipperstraining geef hebben al wel een beetje ervaring,” vertelt hij. “Vandaag was er bijvoorbeeld een stel die al wel in Frankrijk vaarervaring had, maar nog niet op de Nederlandse wateren. De wateren in Duitsland en Frankrijk hebben bijvoorbeeld vrij veel sluizen, terwijl wij die hier nauwelijks hebben. En dat vinden ze geweldig, dat het water hier op één niveau gehouden wordt.”

Hij vertelt rustig door over zijn werk, de mensen die hij traint en de inhoud van de trainingen. Ondertussen laat hij ons enthousiast vele vaarroutes zien en een grote map vol informatie over de theorie van het bootvaren – alles door hem zelf uitgestippeld en samengesteld.

Ik vind hem aandoenlijk, maar er borrelt ook een lichte irritatie bij me op: Kan deze man me niet gewoon even vertellen waaróm hij dit werk doet? Ik wil weten welk gevóel hij daarbij heeft, niet hoe die vaarcursus er precies uitziet.

En dus probeer ik het nogmaals, zo subtiel mogelijk: “Maar u komt dus elke week helemaal vanuit Arnhem naar Leeuwarden rijden om…”

“Ja. Wat bijvoorbeeld ook heel belangrijk is om te weten,” vervolgt hij zijn verhaal als een rustige, ervaren docent, “is dat je je eigen snelheid aanhoudt, juist als er grote vrachtschepen aankomen. Zolang jij je namelijk netjes aan je eigen snelheid houdt, blijf je meester over je eigen schip. Laat je het gas los, dan heb je geen zeggenschap meer over je boot en nemen de grote schepen het over.” 

En zo kletsen we nog even door, over de theorie van het bootvaren. We worden overstelpt met weetjes. Na een tijdje – maar naar mijn mening nog steeds zonder bevredigend antwoord op mijn ‘waarom’-vraag – sluiten we het gesprek af. 

Even weet ik niet zo goed wat ik met het interview aan moet. Eén keer flitst zelfs het idee door mijn hoofd om hem te bellen en hem nogmaals te ondervragen.

Tot ik me opeens een beetje schuldig voel. Hoezo maak ik me er zo druk over dat hij mijn vraag niet naar mijn specifieke wensen heeft beantwoord? Misschien had hij er nog nooit zo over nagedacht. Daarnaast zat hij met twee volslagen vreemden én een voice recorder aan tafel. 

Bovendien.. zegt het niet genoeg dat hij elke week 160 kilometer heen en terug rijdt? Dat hij tientallen vaarroutes heeft uitgestippeld? Dat hij een complete map met tekst en uitleg over de vaarregels heeft gemaakt? Dat hij nauwelijks kan stoppen met praten als je hem vraagt naar zijn vak?

Ineens doet hij me een beetje denken aan mijn eigen vader. Sommige mensen hebben niet zo de behoefte om hun gevoel met woorden te uiten. Sommige mensen dóen, laten het zíen.

Ik geloof dat dat ook voor deze man geldt. En ik geloof dat ik hem niets meer hoef te vragen. Zijn daden zeggen genoeg.

Mijn dilemma met het “Hoe gaat het met je?” appje

Er komt een appje binnen op m’n telefoon. 

“Hoe gaat het met je?”

Ai. Dat vind ik een lastige vraag. Hoe gaat het eigenlijk met me? Wel goed, geloof ik. Probleem is alleen dat ik dan altijd het gevoel krijg dat ik daarvoor bewijzen moet aanleveren. Alsof je omstandigheden je mentale gesteldheid bepalen.

Zoiets als:

‘Ja toppie! Want: mijn bedrijf loopt als een tierelier, het geld klotst tegen de plinten, met mijn lieve, leuke, woest aantrekkelijke vriend gaat het ook hartstikke top. Fijn huisje, wollige Bernersennenhond en Audi A1 erbij: alles pallettie! Hoe is het met jou?’

Alleen: die vlieger gaat voor mij dus even niet op. 

Ik bedenk me wat mijn antwoord dan zou kunnen zijn. 

‘Nou, ik voel me eigenlijk best wel ok. Ik ben dan technisch gezien misschien dakloos, 33 jaar oud en woon weer bij mijn ouders, maar dat vind ik eigenlijk wel gezellig en bovendien heb ik geen zin om in coronatijd weer in m’n eentje ergens drie hoog achter weg te kwijnen. Daarnaast heb ik nu even weinig opdrachten en daardoor heb ik financieel betere tijden gekend, maar ja, dat komt ook wel weer goed. En tja, verder verveel ik me af en toe dood en heb ik gewoon zin om weer een keer tot 6 uur ‘s ochtends te dansen, sjansen en ouwehoeren in de kroeg, maar ja, wie niet in deze coronatijden. Ik ben hartstikke gezond, fit, meestal vrolijk en heb genoeg energie en ideeën om aan mijn dromen te werken. Dus ja, ik voel me over het algemeen best wel prima ook al zou je dat misschien niet zeggen gezien mijn huidige omstandigheden.’

En dus typ ik terug:

“Goed! Met jou?”